Aloha, kleine man!

Een opgewekt “Aloha!” klinkt, als u op weg naar de eetzaal – baret op, schoudertas om, achter uw rollator – de afdeling passeert waar uw leeftijdgenoten verblijven die aan bed en rolstoel gebonden zijn. Uw gebruikelijke groet, wordt hartelijk beantwoord. De ontspannen lach op uw gezicht zie ik weerspiegeld in de blikken van de dames en de heren. Sinds u in het zorgcentrum voor Indische bejaarden woont, in het midden van het land, is uw wereld kleiner geworden. De zorg en aandacht van het personeel doen u goed. En ook de overzichtelijkheid. Leven met een handicap werd een probleem, toen mama kwam te overlijden, ook omdat de kinderen verspreid over het land wonen. U ziet hen regelmatig en de telefoon is bij de hand. Maar fysieke achteruitgang is niet tegen te houden. Ik zie, dat het bijna Olympische prestaties voor u zijn om zelfstandig mee te blijven doen aan het dagritme van het huis. Door discipline lukt dat aardig, de taaiheid van een sterke generatie die de Tweede Wereldoorlog overleefde.

Kleine man, nu je kunt lopen wordt je 20 maanden oude wereld iedere dag groter. In je eigen taal, die alleen jij beheerst, geef je commentaar op je omgeving. Je ontdekt hoe de dingen werken, wat je leuk en fijn vindt en hoe je hulp kunt krijgen als je verschrikkelijke honger hebt of iets je echt niet lekker zit. Je vindt het heerlijk om met papa of mama in de buurt het huis en zijn omgeving te verkennen, de weg naar het stadscentrum, het park, de kinderboerderij en alles wat je maar kunt onderzoeken. Soms moet je daar  voor traplopen. Maar ook dat is geen bezwaar, naar boven niet en naar beneden ook niet. Sinds  kort ga je  één dag in de week naar de peuterspeelzaal naar andere kindjes naar een ander huis. ’s Avonds ben je moe van alle indrukken. Aloha, kleine man!