Ouderenzorg

Als het aan dit kabinet ligt zal de ouderenzorg in verzorgingshuizen zoals we die nu in Nederland kennen, worden veranderd: toelating vanaf zorgindicatie 5, naast de zorg moet ook huur betaald worden, en het eigen vermogen moet worden aangesproken. Door deze maatregelen gaat er overcapaciteit ontstaan, waardoor in de komende jaren vier van de tien verzorgingshuizen zullen moeten sluiten, dat is de inschatting van het rapport ‘De vergrijzing voorbij’ van Bureau Berenschot. Maar over 15 jaar zal dit weer leiden tot ondercapaciteit in de zorg voor ouderen die dan intensieve zorg nodig hebben.

De huidige benadering is vooral een financieel-technische. Zorginstellingen zijn duur, daarom zal ouderenzorg vooral moeten komen uit de eigen omgeving van ouderen en uit goedkopere zorgarrangementen. De overheid doet met deze keuze vooral een beroep op toekomstige mantelzorgers en op de solidariteit tussen de generaties. Cultureel is dit niet uitzonderlijk. Maar het betekent wel, dat de jongere generatie die nu door de crisis te maken heeft met baanonzekerheid, een stagnerende woningmarkt, en moeilijk toegankelijke kinderopvang, op termijn ook de opvang van de ouderen op zich zal moeten nemen. Het gaat hierbij om een sociale, fysieke en financiële lastenverzwaring die hoge eisen stelt aan het draagvermogen van deze generatie. Overbelasting moet voorkomen worden, ook vanwege de maatschappelijke kosten die daaraan verbonden zijn. Het zou goed zijn ook hiervan een financiële doorrekening te maken. In dat licht is een kaalslag onder de hoogwaardige voorzieningen die er nu voor ouderen zijn, niet verstandig. Hoe kunnen noodzakelijke voorzieningen die op termijn nodig blijven, behouden blijven? Hoe gaan we andere zorgarrangementen voor ouderen ontwikkelen en inzetten?

Daarnaast zullen wij eraan moeten wennen een andere invulling te geven aan de individualisering, Wederkerigheid is hierbij een sleutelwoord.